
wit is het kenmerk
van alle poëzie
en zo’n rijkdom aan wit
nou, dat heeft proza nie

HET ZIT IN HET WIT
men neme wat woorden,
een blaadje vol wit
en een goed lopende dreun
waar wat ritme in zit
wil jij je met je gedicht
van een versje onderscheiden?
zorg dan iedere zweem
van rijm te vermijden.
eindrijm of klinkerrijm,
binnenrijm of alliteratie,
het is allemaal vér gezocht:
poëtische beroeps-deformatie.
wie denkt dat iets moet rijmen
zet zich ook klem in een schema,
wie echt vrijuit wil dichten
focust liever op een thema.
want een thema biedt
aan de lezer een basis.
zo’n thema communiceert ook
dat het niet voor Sinterklaas is.
een thema maakt van de lezer
zelf een beetje een poëet.
van wat die zoal in ’n gedicht leest,
had de dichter zelf vaak geen weet.
de rest van het dichtwerk
heeft nauwelijks voeten in aarde:
woorden of metaforen hebben
weinig toegevoegde waarde.
en ook al klinkt het absurd
op het eerste gezicht
weerspiegelt zich in de titel
de essentie van een gedicht.
de rest is gedoe en leidt maar af
van het puur en maagdelijk wit
waarin uiteindelijk de kern
van álle poëzie besloten zit.


klein bedankje
van een bankje
dat hier zo
graag wou staan
om van het uitzicht
te genieten:
de verte en
de volle maan.
klein bedankje
van een bankje:
ik heb hier nu
een vaste baan,
bied een zitplaats,
rust en ruimte,
voor ieder die hier
stil wil staan.
dus wees welkom,
rust uit en geniet.
één ding wil ik u vragen:
neem alles weer mee
wat u lopend, fietsend
tot hier kon dragen…
zó veel weegt het
straks immers niet?
bankje geplaatst aan Averbode-weg in Sterksel – foto: Leny van Lierop

je bent klein, maar je staat er,
reikhalzend naar lucht en licht
doortastend op zoek naar water,
want groeien is immers je plicht
je bent klein, maar helaas een berkje,
dus ook al wil je nog zo graag groeien,
elk jaar weer opnieuw merk je
dat wij ons best doen je uit te roeien
we trekken je uit, met wortel en al,
we komen je uitschot snoeien
we kappen, we zagen, we hakken:
snap toch dat jij hier niet mag groeien
jij bent natuurlijk ook wel natuur,
maar jij past hier niet in ons plaatje
dus spelen wij voor gretige grazers,
en bezemen zo ons eigen straatje
want wíj zijn met de natuur begaan,
en jij hebt hier geen recht van bestaan
want Strabrecht was vroeger altijd al hei,
en daar horen nu eenmaal geen berkjes bij
maar berkje, hou vol, er gloort hoop,
misschien gaan we noodgedwongen inzien
dat we de natuur zijn gang moeten laten gaan,
en dan mag jij voortaan ook blijven staan
want zoals de hei hier nu vergroent,
zal het klimaat ook onze visie vergrijzen:
en dan komt voor jou, als groene remedie,
de kans je witte kracht te bewijzen.

’n volgende keer,
misschien wel meer

